Wakker vallen

‘Je moet leren om wakker te vallen.’  Dat zegt Jon Kabat-Zinn, grondlegger van de mindfulnesstraining. Dit is precies wat we oefenen in de cursus, en eigenlijk in iedere meditatie: wakker te zijn, aanwezig te zijn in je leven. Niet almaar voort te razen op de automatische piloot; niet slaapwandelend voorbij te lopen aan alles wat mooi of moeilijk is.

Afgelopen week moest ik mijn schoonmoeder begraven en dit was een interessante oefening in wakker zijn, aanwezig zijn. Toen mijn kinderen heel verdrietig op de bank zaten na het overlijdensbericht was dit de oefening: alleen maar erbij zijn, een beetje praten, ruimte en tijd maken voor wat er bij hen speelde – en bij mij. Op de dag van de uitvaart was dit ook de oefening: hoofd, hart en aandacht erbij. Een dierbare cursist begreep dit goed toen hij me condoleerde en zei: ‘Houd je ogen open.’ Dat heb ik gedaan.

Het is niet altijd makkelijk en mooi om met aandacht te leven, soms is dat ook moeilijk en eh….mooi. Want dat was het zeker ook, tijdens de uitvaart. Mooi om naar de muziek en de speeches te luisteren, de dierbare mensen om me heen te zien en ook het verdriet te voelen.

Slaapwandelend door het leven gaan wil ik niet meer, kan ik ook niet meer, al blijft dit voortdurend training en onderhoud vergen. Maar dat levert zoveel op. Iedere dag weer mediteer ik daarom, en oefen ik zo in ‘wakker vallen’. Hoofd, hart en aandacht erbij, en ogen open.

Neem vaker een zandloper mee

‘Dit heb ik al aan een paar vrienden cadeau gedaan’, zegt hij, begin dertig, vriendelijk, verlegen. ‘Omdat ongeveer niemand nog tijd heeft, dacht ik: ik geef ze wat tijd.’ Hij overhandigt me een prachtige zandloper van fijn geslepen glas met zwart zand erin; zand dat alle tijd en rust neemt om van de ene naar de andere kant te stromen. ‘Deze is voor jou.’

Een dierbaar cadeau van een dierbare cursist die veel aan de mindfulness heeft gehad, zo vertelde hij op de achtste en laatste bijeenkomst. Hij heeft weer tijd, néémt weer tijd voor wat zorg en aandacht voor zichzelf. Een jaar later schrijft hij dat hij nog altijd bijna dagelijks mediteert.

De groepen blijven ondertussen volstromen met mensen die geen tijd hebben, of dat gevoel hebben. Zij lopen voortdurend achter de feiten en achter hun to-do list aan. De mailbox puilt uit, de agenda ook, tijd om eens even stil te staan is er niet – zo lijkt het. Opvallend veel van hen werken in het onderwijs en de zorg. Ze zorgen voor anderen, voor leerlingen, voor patiënten, maar amper voor zichzelf. Ze hebben absurde administratieve lasten bovenop het werk gekregen, moeten ongeveer alles vastleggen, documenteren, verantwoorden en daarover dan weer vergaderen. Het is een recept voor burnout; in het onderwijs en de zorg zijn die cijfers dan ook schrikbarend hoog.

Een schooldirecteur uit Leiden stuurde onlangs zijn derde medewerkster naar mijn mindfulnesscursus. Hij betaalt deze voor zijn docenten; vindt het belangrijk om goed voor ze te zorgen en neemt dat ook bínnen de school serieus. Hij mailde me laatst: ‘We zijn dit jaar gestart met een zandloper voor alle teamleden. Die duurt drie minuten, en dient om aandacht te geven aan tijd. Tijd voor jezelf, tijd om wat je doet met aandacht te doen, tijd voor inspanning én ontspanning.’

Wow, wat een leidinggevende! Soms lijkt een cultuurverandering echt op gang te komen, en mogen mensen ook binnen bedrijven en organisaties af en toe wat afstand nemen van de tijdsdruk, de werkdruk, de gekte. De vaardigheden om dat te doen, ook thuis, kunnen ze hier komen leren. En voor één keer ga ik op deze plek een cadeautip geven want wát een mooi idee om te schenken aan mensen die alles al hebben behalve tijd: neem een zandloper mee.

 

Je hersenen poetsen

Hij was opvallend rustig, Matthijs van Nieuwkerk. Hij luisterde goed en hield best wel vaak zijn mond. Het verhaal van zijn gast was dan ook inspirerend en héél goed voor de mindfulness. Grappig genoeg moesten Matthijs en zijn gast David van Reybrouck in het item van tien minuten eerst even ‘mindfulness bashen’: een paar onaardige en overbekende woorden over dat modieuze mindfulness spreken – soft en zweverig enzo. Waarop de rest van de tien minuten uitmondden in een complete lofzang op mindfulness, meditatie, yoga, of noem het gewoon: tien minuten per dag je ademhaling volgen.

Op dinsdag 16 mei zat Van Reybrouck in DWD en ik kan iedereen aanraden om dit item even terug te kijken. ‘Vrede kun je leren’ heet het boek dat Van Reybrouck schreef, en waarin hij – niet nieuw hoor, dat weten we al lang in de modieuze mindfulness – stelt dat je je hersenen net zo goed kunt trainen als je spiermassa en je pianospel. Dat we elke dag tien minuten – ik zou zeggen: doe het ietsje langer –  zouden moeten mediteren. Je ‘hersenen poetsen’ zou net zo gewoon moeten worden als tandenpoetsen: mentale hygiëne naast dentale hygiëne. Want daar worden mensen rustiger én vriendelijker van, zegt hij. Ook dat weten we al veel langer maar deze boodschap kan ik niet vaak genoeg horen. En zeker niet voor zo’n groot publiek. En ook nog eens in zulke fijne, Vlaamse, sappige woorden. Zo verwees hij ook nog naar de ‘spuitgasten’ in Nederlandse brandweerkorpsen die nu mindfulness krijgen, wat hen helpt wanneer ze zich weer in extreme stresssituaties moeten begeven.

‘We verzorgen wel ons vel maar we verzorgen niet onze vrede’, stelde Van Reybrouck, die bij DWD een filmpje liet zien van complete Amerikaanse schoolklassen die leren mediteren. En waar kinderen bij druk of lastig gedrag niet de klas uitgestuurd worden maar naar de ‘mindful meetroom’ om hun boosheid of onrust daar even de ruimte te mogen geven. Ja: vrede kun je leren. En hier, in de Lage Landen? We doen er nauwelijks wat aan, de overheid investeert er niet in, ondanks zeer veel wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit. En dat noemde hij, treffend en terecht, ‘schuldig verzuim’.

Gelukkig beginnen ook hier de initiatieven langzaam op te komen. Kijk naar pionier Eline Snel, die zo succesvol is met haar mindfulnessprogramma’s op scholen. En ook in Leiden zijn we nu bezig: de eerste docenten zijn vorig jaar getraind, en nog dit jaar komen ze terug op ‘bijscholing’: ze komen hier mindfulness voor kinderen leren. Om het daarna aan hun leerlingen te kunnen overdragen. Wow, wat een voorrecht, wat een eer om te mogen doen. https://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/373214

Naar de navel staren

‘Dat is toch allemaal maar navelstaren?’ Volkskrantcolumnist Elma Drayer wond zich flink op. Een cursus mindfulness heeft zij nooit gevolgd maar haar oordeel is er niet minder stevig om: We zouden ons beter wat meer met anderen bezig kunnen houden dan met zo’n cursusje. Veel te ‘ik-gericht’, noemde zij mindfulness. Ze kreeg er ‘de kriebels’ van en rilde theatraal voor de camera.

Journalist Paul Witteman maakt een televisieserie over geluk, en onderzoekt daarin onder andere hoe mindfulness kan bijdragen tot een gelukkig(er) leven. Aan mij de eer om daar deze week in zijn studio wat over te vertellen, samen met een aantal ex-cursisten van mij. Natuurlijk was er voor het nodige debat ook een criticaster ingevlogen, Drayer dus, die het ‘navelstaren’ noemt.

Niets is minder waar. Het mooie is dat meer aandacht aan jezelf geven, en je eigen aandacht trainen om wat minder af te dwalen naar toekomst of verleden, hand in hand gaat met meer aandacht voor anderen. Wanneer je wat minder opgeslokt wordt door je eigen gedachten, gepieker, gestress en gedoetjes, kun je juist met meer aandacht bij de ander zijn.  Dan komt je kind thuis uit school en kun je tenminste écht luisteren naar diens verhalen, in plaats van een half oog te houden op je smartphone of op je to-do-list. Geef meer aandacht en begin bij jezelf – zo werkt het ongeveer. We doen daar ook expliciet oefeningen voor in de cursus, zoals aandachtig luisteren, waarbij de deelnemers in tweetallen oefenen om met volle aandacht te luisteren naar een verhaal van de ander.

De mensen die op mindfulness afkomen, zijn overigens vaak allesbehalve navelstaarders. Ik zie vooral cursisten die heel goed voor anderen kunnen zorgen, die werken in het onderwijs of de zorg, daar de hele dag voor andere mensen klaarstaan, en dan thuis nog eens doorgaan met redderen, zorgen en aandacht geven. Behalve aan zichzelf – daar is dan geen tijd, energie of eh….aandacht meer voor. Dat ze dit in een cursus mindfulness komen leren, is vaak een enorme stap maar één die heel heilzaam blijkt – voor zichzelf, én voor anderen.

 

The Witteman Tapes

En toen zat opeens tv-journalist Paul Witteman op een meditatiekussen tegenover me. ‘Witteman ontdekt geluk’, heet zijn nieuwe serie die vanaf dit najaar wordt uitgezonden. Of je van mindfulness gelukkiger kan worden – dat wilde hij zelf ervaren. Met cameraploeg en geluidsman en een groepje cursisten at hij hier daarom met aandacht een rozijn, wat hem nog niet meeviel. Ook deden we loopmeditatie in de tuin, zitmeditatie op het kussen en de bodyscan op een matje. Ik keek zo eens om me heen, vergat de camera en was zelf in ieder geval domweg gelukkig.

We spraken in die bijeenkomst ook over stress, waarbij Witteman vertelde over zijn stress op grote hoogten. Of ik een week later met hem meeging de Euromast op, om mindful naar zijn hoogtevrees te kijken? Dus daar stonden we samen, weer met cameraploeg en geluidsman, op een stralende dag in Rotterdam, met knikkende knieën (hij) plus lichte zenuwen (bij mij). Want wat kon ik, of liever: wat kon mindfulness hem bieden, hier zo hoog boven de grond? Een bijzondere ervaring werd dit bezoekje aan de Euromast, maar voor hem zeker geen gelukservaring, zoals ik van tevoren had gewaarschuwd. Mindfulness is immers geen quick fix. Confronterend, dat is het aanvankelijk vooral, en dat heeft hij ook ervaren toen ik vroeg om het vergrootglas op de stress te leggen; om de angst te voelen in het lichaam. Hij stond ervoor open en deed dapper wat ik voorstelde: ‘probeer goed te voelen in plaats van je goed te voelen’. En probeer op te merken welke gedachten er nu automatisch op ploppen (‘Ik weet zeker dat er straks iets vreselijks gebeurt’, bekende hij).

Er is niets vreselijks gebeurd. Het was juist heel mooi, door zijn kwetsbaarheid, en verhelderend, door ons gesprekje op 100 meter hoogte. Ik ben wel benieuwd wat er straks, in de uitzending van deze Witteman Tapes, is overgebleven van rozijn en Rotterdam. En vooral ben ik benieuwd of hij zich gelukkiger gaat voelen. Als hij trouw is gaan oefenen en ook thuis nu dagelijks op een meditatiekussen plaatsneemt – dan zou dat zomaar kunnen.

De zon groeten op Vlieland

Het strand van Vlieland lag uitgestrekt en loom te luieren in de zon, wij keken naar de blauwe lucht erboven en deden met z’n vijftienen een zonnegroet. Wat ben ik toch bevoorrecht, wist ik weer, toen ik op deze mooie zaterdagochtend een workshop yoga en mindfulness mocht geven op Vlieland. De ruim 100 medewerkers van een leuk, Leids bedrijf waren daar bijeen voor een congres, waar ik ’s middags de dagvoorzitter zou zijn. Wel even een andere pet op dus, maar het voelde volstrekt vanzelfsprekend toen ik de microfoon pakte, de eerste spreker aankondigde en de hele middag rondliep door de zaal om mensen het woord te geven.

Een aantal jaren geleden was het nog wat onwennig: altijd journalist en gespreksleider geweest, en dan ‘opeens’ mindfulnesstrainer ernaast. Ik kreeg er ook veel vragen over, die dan gingen over twee werelden, of twee zielen in één borst – en hoe dat nou toch samenging? Dat gaat geweldig goed samen, ervaar ik steeds meer, want het zijn niet meer twee zielen, noch twee gescheiden werelden: de mindfulness kan overal mee naar toe. Op een congres kan ik het zelf goed gebruiken: ik ben met meer aandacht aanwezig bij de sprekers en weet veel beter wat er speelt – ook in mijzelf, als ik aan het begin nog wat nerveus ben, en dat er gewoon mag laten zijn. Ik kan het ook voor mijn publiek goed gebruiken; laatst heb ik een gezelschap wetenschappers van de universiteit Leiden even ‘uit hun hoofd’ gehaald tijdens een symposium door ze in de collegebanken wat yoga-oefeningen te laten doen. De hilariteit was groot; de aandacht daarna weer opgefrist.

Mindfulness staat wat mij betreft midden in het leven; daar is het ook voor bedoeld. Niet om je terug te trekken, een half uur lang ‘zen’ in de lotushouding te zitten en vervolgens weer in de vijfde versnelling door het leven te racen. Nee, het is bedoeld om juist middenin de maalstroom met aandacht aanwezig te kunnen zijn, op tijd te pauzeren, te voelen en te weten wat er speelt in lichaam en geest – bij jezelf, en bij de ander.  Ik wil als trainer geen kruidenvrouwtje in een romantisch, afgelegen bos zijn waar mijn cursisten en ik ons terugtrekken; ik wil samen met hen midden in die maalstroom staan en dáár het mooie mindfulness toepassen. En dankbaar zijn – dat hoort ook onlosmakelijk bij mindfulness – heel erg dankbaar, dat dit steeds beter en steeds vaker lukt.

Mindfulness op school: het nieuwe gymnastiek

De Hooglandse Kerk is een schitterende kerk middenin Leiden, het woord kathedraal waardig, en daar mocht ik gisterenavond zomaar staan om iets te vertellen over mindfulness.

Voor het Leids Onderwijs Festival waren daar honderden mensen uit het onderwijs bijeen om zich te buigen over het onderwijs in 2032: hoe zou dat eruit zien? Paul Schnabel had er net een lijvig rapport over geschreven en kwam dat toelichten. En ik mocht ook mijn toekomstbeeld schetsen, waarop ik poneerde dat mindfulness in de klas van 2032  ‘niet meer weg te denken is’. Dat is natuurlijk meer een wens dan een zekerheid, maar de voortekenen zijn goed. Op mijn cursussen komen almaar meer mensen uit het onderwijs af – basisschooldocenten, middelbare schoolleerkrachten – en uit de zorg: huisartsen, fysiotherapeuten, medisch specialisten. Twee sectoren waar de mensen die daarin werken – respect – de godganse dag bezig zijn met geven. Lesgeven, zorg geven, aandacht geven. En zichzelf helemaal leeg geven, als ze niet oppassen – niet toevallig zijn het ook deze twee sectoren die het hoogste burn-out cijfer kennen. Als ze zichzélf wat meer aandacht gaan geven, en hun aandacht trainen om zo uit het piekeren en malen te blijven, dan is hun vak beter vol te houden. Dan zitten ’s nachts al die leerlingen niet langer op de rand van hun bed.

Voor die leerlingen hoop (en verwacht) ik overigens evenzeer dat mindfulness stevig in het onderwijs verankerd raakt. Er komen steeds meer experimenten op scholen waar aandachttraining wordt gegeven aan kinderen, er komen steeds meer ‘mindful kids’-trainers en de resultaten zijn veelbelovend. Het is ook gewoon heel hard nodig. Kinderen hebben meer afleidingen dan ooit, hebben veel moeite zich te focussen én te ontspannen. De training van hun geest moet net zo belangrijk worden als die van hun lichaam. Mindfulness wordt het nieuwe gymnastiek op school! Niet meer weg te denken. Da’s mijn visie, nu u het me toch vraagt op dit mooie Leidse festival. Paul Schnabel schrijft : “Kennisoverdracht zal  in balans moeten worden gebracht met de twee andere hoofddoelen van het onderwijs: persoonlijke ontwikkeling en voorbereiding op deelname aan de maatschappij’. Goed plan. Wel jammer dat mindfulness als ‘tool’ voor deze belangrijke doelen nergens in het rapport wordt genoemd. Maar ach, dat is in 2032 wel anders.

Dancing in the street

Wow, wat is dit gaaf, dacht ik toen ik na anderhalf uur swingen echt los ging op ‘Dancing in the Street’. Da’s nog eens andere manier om helemaal ‘in het NU’ te zijn dan ingetogen op het meditatiekussen. Wat ook fijn en belangrijk is, maar ik was even vergeten hoe meditatief muziek, Jagger en Bowie en helemaal losgaan op de dansvloer kunnen zijn.

We waren op een Feest voor Veertig-plussers, de bijna vijftigjarige echtgenoot en ik, en ondanks ons gegrinnik en gehuiver van te voren over zo’n oude knarren-partij besloten we van de bank en uit de comfortzone te komen. En daar stond ik dus, 47 lentes jong, urenlang te dansen op Prince en Jagger en Bowie – op een Feest voor Veertigplussers. Ik kwam drie mindfulnesscursisten tegen; we moesten alle drie direct heel hard lachen. Blij en bezweet en met een biertje in de hand zagen we mooi even elkaars frivole kant – een heel andere kant dan die we in de cursus hadden gezien.

‘We’re lost in music’ kwam langs, en ‘Boogie Wonderland’, enfin, heel erg eigenlijk, zó jaren negentig, en tachtig, en zó echt voor oude knarren – maar wow, wat lekker. En dat NU dus, hè. Daar zat ik echt helemaal in. Heerlijk, met lichaam en geest totaal in dít moment, langer achter elkaar dan doorgaans op het meditatiekussen.

Maar man, wat een spierpijn de volgende ochtend. Ik kwam het bed bijna niet uit. Ben kennelijk zo ‘in het moment’ geweest de afgelopen jaren dat ik even niet in de gaten had dat er al heel wat momenten voorbij zijn, inmiddels. Echt een oud besje voelde ik me, the day after – maar een blij besje.

Streven, of niet hoeven streven – dat is de vraag

In mijn mindfulnesscursussen sta ik altijd uitgebreid stil bij de ‘acht factoren van mindfulness’. Ook wel de acht kwaliteiten genoemd, want deze factoren die ons ondersteunen bij een meer mindful, aandachtiger leven hebben we allemaal al in ons. Denk aan geduld en vertrouwen: kwaliteiten die we in meer of mindere mate al hebben, en die we verder kunnen ontwikkelen.

Een van die acht roept vaak veel op – soms opluchting, soms ook weerstand of onbegrip – en dat is deze: ‘niet hoeven streven’. ‘Hoezo’, vroeg een cursiste laatst, ‘mag ik nu niet meer streven? Hoe kan ik dan nog veranderen of iets bereiken?’

Je mag zeker streven en gezonde mensen zullen dit ook van nature doen. We willen, als we niet opgebrand of al te somber zijn, graag iets bereiken in ons werk; we willen iets betekenen voor ons gezin of voor anderen. Daar zullen we iets voor moeten, en ook willen doen. Maar je hoeft niet altíjd hard te werken en te streven; soms is het wijs om dat na te laten. Soms kom je dan zelfs verder. Ja, zei een andere cursiste in deze discussie: ‘Dat herken ik uit de yoga. Als ik ernaar streef om steeds dieper in een houding te komen, werk ik mezelf vaak tegen. Wanneer ik dat streven loslaat en helemaal aanwezig ben in die houding, gaat het juist beter.’

Ik herken dit ook uit de yoga. Maar ook uit veel andere situaties. Als ik ernaar streef dat mijn bokkige puberzoon ‘anders’ doet, hebben we de hele dag strijd. Als ik het wat kan laten gaan en een beetje mee surf op de golven van zijn stemming, is er veel minder wrijving thuis.

Toen ik mindfulnesstrainer werd, besloot ik om ook in mijn werk te gaan oefenen met minder hard streven. Ik zou met hart en ziel en toewijding mijn cursussen geven – en oh, wat is dat fijn – maar ik zou nu eens niet gaan duwen en trekken en reclame maken en adverteren en mijn bedrijfje promoten en pffffff…… Al dat streven naar groter en meer en belangrijker: nee. Geen idee of ik groter en meer en belangrijker zou zijn als ik daar wél naar zou streven, maar het boeit ook niet want oh, wat is dit fijn. Met aandacht werken zonder te duwen en te trekken.

Vaak blijkt dat het loont om op vertrouwen en geduld in te zetten en niet zo te hoeven streven; niet altijd naar een doel te hoeven toe werken, al was het maar omdat we onszelf dan minder uitputten. We kunnen er natuurlijk voor kiezen om te ‘streven’ wanneer dat nodig of prettig is – choose your battles – maar ook om dit soms na te laten: wanneer dat kan, of beter werkt.  Denk aan het beklimmen van een berg. Dat kan typisch zo’n gevoel van ‘moeten’, van streven met zich meebrengen. Maar hoe interessant de top en het uitzicht straks ook zijn, wanneer we omhoog klimmen moeten we bovenal letten op die ene stap. De stap die we hier en nu zetten – anders struikelen we over de steen die voor ons ligt. Er valt dus eigenlijk maar één ding te doen: steeds weer terugkeren naar de eenvoud van het huidige moment. Het enige moment waarin je echt verschil kunt maken is NU.

Geef vaker een bloemetje weg

Ik was een dagje mevrouw de voorzitter geweest op een congres en keerde huiswaarts met een enorme bos bloemen. Dat vind ik altijd wat bezwaarlijk, ik heb immers al een mooi honorarium gekregen voor het voorzitten en de bloemen raken soms wat gehavend in trein en op fiets. Daarom zoek ik vaak naar een kans om iemand onderweg blij te maken met een bloemetje, maar dat was dit keer nog niet gelukt. Zo zat ik daar in de trein in mijn keurige kloffie met die enorme bos op schoot, toen de conductrice jolig door de intercom liet weten dat haar collega, de machinist die ons naar huis reed, vandaag jarig was! Even groeide er een vrolijk plannetje in mij, maar ja, het leek me wat al te uitsloverig om nu de trein te gaan doorkruisen met een bos bloemen voor de jarige. Totdat de conductrice langskwam en meteen opmerkte dat ik prachtige bloemen bij me had. ‘Ja hè’, antwoordde ik, ‘ik dacht eigenlijk aan uw collega.’ Ze keek me niet-begrijpend, toen wel-begrijpend, toen blij aan, en vroeg: ‘Echt?’ We namen verbroederd en een tikje opgetogen afscheid toen ze de bos van me overnam en rechtstreeks koers zette naar de bestuurderscabine.

Het klopt allemaal, weet ik inmiddels wel: dat je blij wordt van iets geven, vaak zelfs blijer dan van iets krijgen; dat het lonend is om iets voor een ander te doen, of om je dankbaarheid te betuigen. Maar ditmaal werd ik wel heel ludiek beloond. Ik was al bezig met uitstappen, mijn voet ging richting bovenste treeplank, toen de conductrice zich weer meldde door de intercom met een ‘speciale mededeling’. ‘Goedenavond dames en heren, de machinist wil graag de reizigster bedanken die hem net een bos bloemen voor zijn verjaardag heeft gegeven. Nog een heel fijne avond!’

Ik stapte uit, hardop lachend, huppelde naar mijn fiets en vroeg mij af wie van ons tweeën nu het meeste dankbaarheid voelde.

Load More