Mateloze mildheid

,,Als je iets perfect wilt doen, heb je de eerste fout al gemaakt.’’ Quasi-streng kijkt mijn yoga-juf me aan; ik schiet opgelucht in de lach. Haar citaat redt me precies op het goede moment van een interne criticus die me bozig voorhoudt dat ik er niets van bak, van die ene, lastige yoga-houding.

In de cursussen mindfulness & zelfcompassie die ik geef staan we uitgebreid stil bij zelfkritiek, en hoe we onszelf daarmee kunnen ondermijnen. De interne criticus en de perfectionist zijn goede vrienden, blijkt dan altijd weer, want de dingen gaan zelden perfect en dat geeft weer volop gelegenheid voor die innerlijke bemoeial om zijn vervelende praatjes af te steken. Ik mag deze mooie materie overdragen, ik oefen zelf bijna dagelijks om me hiervan bewust te zijn, en toch haal ook ik mezelf nog regelmatig naar beneden.

Waarmee we zoal oefenen in die cursus? Nou, met zelfcompassie dus. En met mateloze mildheid…. Dat is een begrip dat mindfulness-pionier en psychiater Edel Maex graag gebruikt, en ook belichaamt. Wie met hem spreekt, zoals ik onlangs uitvoerig mocht doen, voelt en ziet en ervaart zijn mildheid helemaal. Over perfect willen zijn schrijft hij de volgende, relativerende zinnen in zijn boek ‘Dit is de plaats’: ,,Een perfecte mens is iemand die soms blij is en soms verdrietig, die het soms allemaal voor elkaar heeft en die soms helemaal de mist in gaat, die soms goed slaapt en soms de hele nacht wakker ligt. En die mens is helemaal welkom, en het verdriet is mee welkom.’’

Ja, dit is mateloos mild – en heel wijs. Hij vertelt er meer over in het komende septembernummer van Psychologie Magazine, waarvoor ik hem mocht interviewen. En waarin hij onder meer zegt: ,,Mildheid is misschien wel het belangrijkste woord in mindfulness. Het helende zit ‘m in de compassie voor onszelf en voor ons lijden.”