Streven, of niet hoeven streven – dat is de vraag

In mijn mindfulnesscursussen sta ik altijd uitgebreid stil bij de ‘acht factoren van mindfulness’. Ook wel de acht kwaliteiten genoemd, want deze factoren die ons ondersteunen bij een meer mindful, aandachtiger leven hebben we allemaal al in ons. Denk aan geduld en vertrouwen: kwaliteiten die we in meer of mindere mate al hebben, en die we verder kunnen ontwikkelen.

Een van die acht roept vaak veel op – soms opluchting, soms ook weerstand of onbegrip – en dat is deze: ‘niet hoeven streven’. ‘Hoezo’, vroeg een cursiste laatst, ‘mag ik nu niet meer streven? Hoe kan ik dan nog veranderen of iets bereiken?’

Je mag zeker streven en gezonde mensen zullen dit ook van nature doen. We willen, als we niet opgebrand of al te somber zijn, graag iets bereiken in ons werk; we willen iets betekenen voor ons gezin of voor anderen. Daar zullen we iets voor moeten, en ook willen doen. Maar je hoeft niet altíjd hard te werken en te streven; soms is het wijs om dat na te laten. Soms kom je dan zelfs verder. Ja, zei een andere cursiste in deze discussie: ‘Dat herken ik uit de yoga. Als ik ernaar streef om steeds dieper in een houding te komen, werk ik mezelf vaak tegen. Wanneer ik dat streven loslaat en helemaal aanwezig ben in die houding, gaat het juist beter.’

Ik herken dit ook uit de yoga. Maar ook uit veel andere situaties. Als ik ernaar streef dat mijn bokkige puberzoon ‘anders’ doet, hebben we de hele dag strijd. Als ik het wat kan laten gaan en een beetje mee surf op de golven van zijn stemming, is er veel minder wrijving thuis.

Toen ik mindfulnesstrainer werd, besloot ik om ook in mijn werk te gaan oefenen met minder hard streven. Ik zou met hart en ziel en toewijding mijn cursussen geven – en oh, wat is dat fijn – maar ik zou nu eens niet gaan duwen en trekken en reclame maken en adverteren en mijn bedrijfje promoten en pffffff…… Al dat streven naar groter en meer en belangrijker: nee. Geen idee of ik groter en meer en belangrijker zou zijn als ik daar wél naar zou streven, maar het boeit ook niet want oh, wat is dit fijn. Met aandacht werken zonder te duwen en te trekken.

Vaak blijkt dat het loont om op vertrouwen en geduld in te zetten en niet zo te hoeven streven; niet altijd naar een doel te hoeven toe werken, al was het maar omdat we onszelf dan minder uitputten. We kunnen er natuurlijk voor kiezen om te ‘streven’ wanneer dat nodig of prettig is – choose your battles – maar ook om dit soms na te laten: wanneer dat kan, of beter werkt.  Denk aan het beklimmen van een berg. Dat kan typisch zo’n gevoel van ‘moeten’, van streven met zich meebrengen. Maar hoe interessant de top en het uitzicht straks ook zijn, wanneer we omhoog klimmen moeten we bovenal letten op die ene stap. De stap die we hier en nu zetten – anders struikelen we over de steen die voor ons ligt. Er valt dus eigenlijk maar één ding te doen: steeds weer terugkeren naar de eenvoud van het huidige moment. Het enige moment waarin je echt verschil kunt maken is NU.

Geef vaker een bloemetje weg

Ik was een dagje mevrouw de voorzitter geweest op een congres en keerde huiswaarts met een enorme bos bloemen. Dat vind ik altijd wat bezwaarlijk, ik heb immers al een mooi honorarium gekregen voor het voorzitten en de bloemen raken soms wat gehavend in trein en op fiets. Daarom zoek ik vaak naar een kans om iemand onderweg blij te maken met een bloemetje, maar dat was dit keer nog niet gelukt. Zo zat ik daar in de trein in mijn keurige kloffie met die enorme bos op schoot, toen de conductrice jolig door de intercom liet weten dat haar collega, de machinist die ons naar huis reed, vandaag jarig was! Even groeide er een vrolijk plannetje in mij, maar ja, het leek me wat al te uitsloverig om nu de trein te gaan doorkruisen met een bos bloemen voor de jarige. Totdat de conductrice langskwam en meteen opmerkte dat ik prachtige bloemen bij me had. ‘Ja hè’, antwoordde ik, ‘ik dacht eigenlijk aan uw collega.’ Ze keek me niet-begrijpend, toen wel-begrijpend, toen blij aan, en vroeg: ‘Echt?’ We namen verbroederd en een tikje opgetogen afscheid toen ze de bos van me overnam en rechtstreeks koers zette naar de bestuurderscabine.

Het klopt allemaal, weet ik inmiddels wel: dat je blij wordt van iets geven, vaak zelfs blijer dan van iets krijgen; dat het lonend is om iets voor een ander te doen, of om je dankbaarheid te betuigen. Maar ditmaal werd ik wel heel ludiek beloond. Ik was al bezig met uitstappen, mijn voet ging richting bovenste treeplank, toen de conductrice zich weer meldde door de intercom met een ‘speciale mededeling’. ‘Goedenavond dames en heren, de machinist wil graag de reizigster bedanken die hem net een bos bloemen voor zijn verjaardag heeft gegeven. Nog een heel fijne avond!’

Ik stapte uit, hardop lachend, huppelde naar mijn fiets en vroeg mij af wie van ons tweeën nu het meeste dankbaarheid voelde.

Onder de douche

Een handvol leuke, jonge, succesvolle vrouwen kwam langs voor een korte workshop mindfulness. Ze had dat altijd maar wat ‘zweverig’ gevonden, mailde de initiatiefneemster, maar nu ze afgestudeerd was en een drukke baan had, begon ze toch wel wat last te krijgen van alle druk, drukte en stress. En begon ze te vermoeden dat mindfulness daar wel een goed tegenwicht aan kon bieden.

De een was arts, de ander jurist, een derde tandarts, ze waren allemaal leuk en jong en ambitieus. En ze ‘hadden’ alles, zo vertelde er één, om vervolgens in snikken uit te barsten. Alsof de emmer ter plekke overliep. Ik heb een leuke baan, zei ze, leuke vrienden, een fijn huis, maar toch…. Toch kon ze zich geen moment ontspannen, kon ze nog geen vijf minuten verdiept blijven in een boek, en had ze altijd pijn in haar schouders die volgens haar ‘muurvast’ zaten.

We hadden een heel gesprek kunnen voeren over ‘hebben’ en ‘zijn’ en welke van die twee meer kans geeft op geluk, maar dat voerde wat te ver. We bespraken veeleer wat mindfulness is, maakten daar kennis mee en deden wat oefeningen. We spraken bijvoorbeeld over het begrip ‘automatische piloot’, en een van de deelneemsters wist wel heel goed wat dáármee bedoeld wordt. ‘Ik doe bijna alles op de automatische piloot’, zei ze. ‘Soms weet ik niet eens of ik al gedoucht heb of niet. Dan moet ik aan mijn handdoek gaan voelen of hij nat is ….’  Onze monden vielen open van verbazing en ook wel van plezier. We hebben even hard gelachen maar daarna ook ingezien hoe ver dit gaat. Is dit het leven wat je wilt? Pijn in je schouders, altijd druk, geen aandacht meer voor een boek en zelfs niet voor een douche?

Au. Confronterend. Maar even nodig misschien, zo’n moment van opmerkzaamheid, waarbij de automatische piloot even uitgaat en waarbij er opeens ook keuzevrijheid komt. Want het hoeft echt niet, op deze manier. Het kan echt anders, op een meer mindful manier – óók in een drukke baan, midden in de maalstroom van het leven.

Vallende kwartjes

Soms valt er opeens zo’n fijn kwartje tijdens een mindfulnesscursus – bij een deelnemer, of bij mij, of bij ons allebei. Zoals laatst in een gesprekje dat ik met een cursiste had over Yin Yoga, een heerlijk heftige vorm van yoga waarbij je heel lang in een houding blijft. En waarbij je veel weerstand tegenkomt, fysiek en mentaal, maar wordt uitgedaagd om in die houding te blijven – rustig doorademend, maar binnen jouw grenzen. Dan merk je, aldus mijn cursiste, dat je met behulp van je adem toch steeds iets verder in zo’n ongemakkelijke positie kan zakken.

Da’s eigenlijk precies wat we in mindfulness doen, dacht ik hardop tegen haar. Ook daar word je gevraagd om de ongemakkelijke, onprettige dingen in je leven onder ogen te zien, erbíj te blijven in plaats van weg te rennen. Niet vermijden: niet nog harder gaan werken, of piekeren, of malen; niet naar de fles, de chocolade of de afstandsbediening grijpen. Nee, proberen de situatie onder ogen te zien en die – naar draagkracht, dus binnen jouw grenzen – te ondergaan. Ook hier kun je je op je adem richten, en dan kijken naar de weerstand die je tegenkomt. Ook mindfulness daagt je uit: durf je er met aandacht bij te blijven in plaats van weg te zappen?

Pfffff, lekkere cursus, denkt de lezer van dit blog nu. Waarom zou ik dat in hemelsnaam willen, de onprettige dingen des levens eens fijn met aandacht bezien? Omdat je er dan waarschijnlijk iets van leert. Omdat je dan kunt oefenen om rustig(er) te reageren op tegenvallers, moeilijke collega’s, files en pijn – dingen die we allemaal onvermijdelijk tegenkomen. Omdat je de stress die daarbij hoort niet verder verhoogt met vermijdingsstrategieën als drinken, eten, zappen. En omdat je dan merkt meer in dat veelbezongen ‘hier en nu’ te zijn, waarin óók de prettige dingen beter tot je doordringen.

Yes! We keken elkaar aan en begrepen weer even helemaal waar we mee bezig zijn. Leve de mindfulness, en leve de Yin Yoga – maar vooral leve de moedige cursisten die dit aangaan, met de trouwe adem als hun bondgenoot, en met meer rust en inzicht als hun verdiende beloning.

Train je aandachtsspier

Het was een bijzondere ervaring, om live op televisie te debatteren over mindfulness. Ook wel een pittige ervaring, want er kwam nogal wat kritiek van andere gasten in de studio én van presentator Cees Grimbergen, die nota bene de vergelijking trok met de Bhagwan, The secret en andere ‘zweverige stromingen’.  Oef, zie daar maar eens tegenop te debatteren – hoewel het eigenlijk ook dolkomisch is, om mindfulness te vergelijken met de Bhagwan! Of het me gelukt is daar iets verstandigers tegenover te zetten, mag de lezer van dit blog zelf beoordelen, zie http://hollandsezaken.omroepmax.nl/uitzending/hollandse-zaken-woensdag-10-juni-2015. Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat mindfulness geen nieuwe religie is, geen modieuze spirituele beweging, dat ik geen nieuw ‘geloof’ uitdraag en al helemaal niemand wil ‘bekeren’.  Mindfulness is een training, een cursus waarin acht weken lang de aandacht getraind wordt, met vaak veel positieve effecten voor de deelnemers. Heel down to earth, en zeker niet ‘zweverig’. Ik heb tijdens de tv-uitzending de vergelijking geleend die Jon Kabat-Zinn, de grondlegger van de mindfulnesstraining, zelf vaak maakt: het is alsof je een spier traint. Een aandachtsspier, zeg maar. En die kan door deze cursus werkelijk sterker worden, waardoor het steeds makkelijker wordt om je aandacht bij het hier en nu te houden, in plaats van almaar te piekeren over het verleden of te tobben over de toekomst. Is dat niet juist échte zweverigheid? Voortdurend in gedachten verzonken zijn en daardoor van alles missen: je lekkere maaltijd, de mooie bomen buiten, de leuke lach van je kind? Wie zo door het leven slaapwandelt of ‘zweeft’, mist een hoop van het nu. Aandachttraining kan hier een heilzaam tegenwicht aan bieden, en dat zou ik echt iedereen toewensen. Ook, nee: voorál die boos-fronsende dames in de televisie-uitzending met wie ik in debat mocht…..

Wie is er bang voor het evidence beest?

De belangstelling voor mindfulness groeit nog altijd – en terecht. Er wordt ook veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan – en terecht. Daaruit komen soms duidelijke, soms minder duidelijke effecten. Zo was vorige week weer uitgebreid in het nieuws dat mindfulness bij depressie even sterk werkt als antidepressiva. Niet sterker, maar wel net zo sterk! Een enorm belangrijke bevinding want er is nu dus een goed alternatief voor het slikken van medicijnen.

Slik je pillen of ga je chillen? Zo ludiek wordt bij de universiteit van Amsterdam voor jongeren mindfulness aanbevolen wanneer ze problemen hebben, bijvoorbeeld ADHD – want dan is mindfulness (‘chillen’) ook een goed alternatief voor pillen.

Mindfulness is moeilijk te onderzoeken, maar dit geldt voor zoveel vormen van psychologische hulp, coaching of begeleiding. Geluk, of wijsheid, is overigens ook niet makkelijk te onderzoeken….. Daar is nu regelmatig kritiek op; zo publiceerde De Volkskrant laatst een groot stuk waarin de ‘evidence’, dus het wetenschappelijk bewijs voor de effecten van mindfulness, scherp werd bekritiseerd.

Het grappige is dat het mij, nota bene ex-wetenschapsjournalist, eigenlijk weinig uitmaakt. Mindfulness is wel degelijk in toenemende mate ‘evidence based’ maar bovenal zijn er die vele getuigenissen en ervaringen. Die ik uit de eerste hand hoor, van mijn eigen cursisten die er vaak zo veel aan hebben. En die ik uit de tweede hand verneem, zoals laatst op het geweldige mindfulnesscongres in Amsterdam dat ik mocht voorzitten. Jon Kabat-Zinn himself kwam er twee dagen spreken en de hele zaal inspireren. Maar bovenal waren er de vele ouders, kinderen en leerkrachten die ik op het podium mocht interviewen. Het publiek, en stiekem ook ikzelf, was regelmatig tot tranen toe geroerd. Door de vader die vertelde hoe door zijn mindfulnesstraining de sfeer in zijn hele gezin was verbeterd, en hoe hij ook op zijn werk beter functioneerde en minder conflicten had. De autistische jongen van 17 die vertelde dat hij geen grote ruzies meer had met zijn ouders en daardoor thuis kon blijven wonen. Het meisje van vijf (!) dat op het podium demonstreerde hoe prachtig ze kon ‘stilzitten als een kikker’. De twaalfjarige jongen met ADHD die de microfoon bijna uit mijn handen trok, zo gretig wilde hij vertellen dat hij zich beter kon concentreren en nu wél zijn huiswerk maakte.

Soms denk ik dat we in deze tijd wat al te veel waarde zijn gaan hechten aan het meten, kwantificeren en onderzoeken. Soms denk ik dat we ook moeten oppassen voor het ‘evidence beest’. Laten we vooral doorgaan met goed en kritisch kijken naar de effecten van mindfulness, maar zonder ons te laten vermorzelen door de weinig subtiele klauwen van het evidence beest.

Luíster dan toch eens naar me!

De cursisten zitten in tweetallen tegenover elkaar. De opdracht voor de één is om met volle aandacht, zonder te reageren, te luisteren naar het verhaal van de ander. In een volgende ronde moet de luisteraar juist zichtbaar de aandacht verliezen en ongeïnteresseerd erbij zitten terwijl de spreker diens verhaal moet voortzetten. Dat laatste wekt vaak veel hilariteit, ongemak maar soms ook verdriet: de sprekers in de oefening gaan zich opeens realiseren dat er zo vaak niet naar hen geluisterd wordt, dat een ander meer aandacht heeft voor zijn I-phone of voor zijn eigen verhaal. Ook de eerste ronde maakt echter vaak veel los. Veel deelnemers worstelen enorm met die uitnodiging om alleen maar stil te luisteren. Hóe moet je dan luisteren zonder te reageren? Mag je echt niet doorvragen, zeggen ‘ja, dat heb ik ook altijd’ of ‘jee, wat rot voor je’?

Nou, dat mag wel, maar het hoeft nu eens niet. En kijk dan eens wat er gebeurt in het gesprek. Het is een mooie oefening uit de mindfulnesscursus, vind ik, die veel duidelijk maakt. Mensen merken in deze ongebruikelijke dialoog hoe moeilijk het is om niet gehoord te worden, maar ook hoe lastig het is om met echte aandacht te luisteren. Zoals een mannelijke deelnemer laatst uitriep: ‘Nu begrijp ik waarover mijn vrouw altijd klaagt!’ Wat weer leidde tot de nodige hilariteit…

Een keer mocht ik ervaren hoe mijn hartsvriendin alleen maar stil luisterde, heel lang, zonder een enkele vraag of reactie van haar kant, naar mijn verhaal, mijn verdriet en geworstel. Het was een bijna spirituele ervaring: het probleem leek na ons gesprek – of eerder: mijn monoloog – vrijwel verdwenen. Kilo’s lichter en vervuld van dankbaarheid vervolgde ik daarna mijn weg.

Carl Jung wist dit allemaal allang; wist dit al ver voor de komst van mindfulness, toen hij schreef: ‘Het is verbazend hoe problemen die onoplosbaar lijken, oplosbaar worden wanneer iemand echt luistert.’

Een potje mopperen

Het was een heerlijke dag, het voorjaar liet zich al een beetje zien, ruiken, voelen, en ik liep genietend met de hond door het riante park dat Leiden rijk is. Een vrouw voor mij liep kennelijk ook te genieten want zij stond vaak stil, keek om zich heen en maakte foto’s. “Fijn hier hè?”, zei ik goedgemutst toen ik haar passeerde. “Ja, heel fijn”, zei ze, om daaraan direct toe te voegen: ”En maar mopperen!” Niet-begrijpend keek ik haar aan. “Eh, ik mopper niet, hoor…” “Nee, maar al die andere mensen dan, die altijd maar mopperen: dat de Randstad zo vol is, dat het Groene hart zo wordt volgebouwd, altijd dat gemopper. Terwijl: moet je nou kijken hoe mooi!”

Ik liep door en moest een beetje lachen. Grappig, hoe gelaagd ons gemopper kan zijn. Dan lopen we heerlijk buiten, kunnen we genieten van DIT moment en alles wat er is, en dan gaan we nog lopen mopperen over al die – denkbeeldige – anderen die altijd zo mopperen. Ik draaide me nog even om naar haar en stelde voor: “Laten wij dan in ieder geval niet mopperen!” Ze knikte kort; het scheen me toe dat ze het een redelijk voorstel vond.

Het was een heerlijke dag; de ganzen vlogen gakkend over ons hoofd, om vervolgens vrolijk neer te strijken in de weilanden iets verderop. De hond huppelde en de zon leek al iets aan kracht te winnen.

The good, the bad and the ugly

De journalistiek neemt een steeds kleinere plaats in mijn leven in, maar wat was ik vorige maand weer even met hart en ziel journalist! Ik had de eer en het genoegen om Jon Kabat-Zinn te interviewen voor Psychologie Magazine, en dat was in alle opzichten bijzonder. Ik leef al zes jaar met die man, met zijn werk, zijn boeken. Ik geef mindfulnesscursussen in zijn geest, volgens zijn protocol. Nu kon ik bijna anderhalf uur met hem praten en hem van alles vragen – voor het interview en stiekem ook voor mezelf, natuurlijk.

Bij dit soort wijze mensen vind ik het altijd extra spannend of ze misschien niet tóch een tikje ijdel of zelfingenomen zijn. Niets van dat al – hij was de beminnelijkheid en bescheidenheid zelve. Zo zei hij treffend dat hij het enorme, wereldwijde succes van zijn geesteskind niet ‘persoonlijk wil opvatten’. Een klein citaat vast: “Niemand schiet er iets mee op om over mij, of over mindfulness te lezen. Mensen moeten het doen, trainen, cultiveren. En dan gaat het er niet om ergens te kómen, maar om aanwezig te zijn – precies zoals je bent. Het gaat erom dat je je leven helemaal omarmt en alles verwelkomt: the good, the bad and the ugly. We zijn ver afgedreven van bewust leven in het moment, maar het is een levenswijze die we van nature in ons dragen. We kunnen die opnieuw ontwikkelen, en steeds meer mensen willen dat ook. De echte bloeiperiode van mindfulness gaat de volgende tien jaar pas komen; daar ben ik van overtuigd.”

Ik denk en hoop dat ook – en draag er graag aan bij. In het maartnummer van Psychologie Magazine staat het hele interview, en in april valt de founding father van de mindfulness te zien en te beluisteren tijdens een lezing in Amsterdam.

Zelfcompassie

Vorige week begon mijn vervolgcursus Mindfulness en zelfcompassie, en natuurlijk was een eerste, belangrijke vraag in die bijeenkomst: wat ís zelfcompassie? Daar bestaan allerlei mooie omschrijvingen en definities van, maar ieders persoonlijke antwoord kwam (soms pijnlijk) duidelijk naar voren in de eerste schrijfoefening. Twaalf deelnemers zaten klaar met pen en papier om mijn vraag te beantwoorden: ‘Een vriend van je heeft een probleem, heeft een fout gemaakt, een conflict gehad of een andere vorm van tegenslag. Wat zeg je tegen deze goede vriend of vriendin, en welke toon gebruik je?’ De pennen gingen druk over het papier, en na een kort moment van pauze volgde de tweede vraag: ‘Nu heb je zelf een probleem, je hebt een fout gemaakt, een conflict gehad… Wat zeg je tegen jezelf, en op welke toon?’ Weer schreef iedereen op welke woorden nu zoal boven kwamen; een enkeling zat het hoofd te schudden of keek wat vertwijfeld naar het resultaat.

De confronterende maar niet onverwachte uitkomst was dat we – ja: we, want dit geldt ongeveer voor ons allemaal – veel vriendelijker, mededogender en liefdevoller aanwezig kunnen zijn bij de ellende van een goede vriend(in) dan bij onze eigen tegenspoed.

We zijn streng, veroordelend, kritisch tegen onszelf. We denken dat dat helpt, (‘de zweep erover’), maar dat doet het niet. We denken dat we soft worden als we meer zelfcompassie gaan ontwikkelen, maar dat worden we niet. Er is namelijk veel moed voor nodig om echt met compassie naar jezelf te gaan kijken, want dat betekent óók dat je je eigen pijn en fouten helemaal toelaat, doorvoelt en ervan leert. Je drukt je fouten en tekortkomingen niet weg, maar je drukt jezelf vervolgens ook niet naar beneden. Met opmerkzaamheid erken je dat er iets niet goed ging, en dat je jezelf daarvoor met mededogen mag bejegenen.

Moed is daarvoor nodig, en zachtheid. Zachtmoedigheid. Daarmee gaan we de komende maanden oefenen, in deze cursus, waarbij ik zelf veel zal méé oefenen. Want ook mijn innerlijke criticus heeft nog altijd flink veel praatjes….

Load More