• Eveline Brandt

Een potje mopperen

Het was een heerlijke dag, het voorjaar liet zich al een beetje zien, ruiken, voelen, en ik liep genietend met de hond door het riante park dat Leiden rijk is. Een vrouw voor mij liep kennelijk ook te genieten want zij stond vaak stil, keek om zich heen en maakte foto’s. “Fijn hier hè?”, zei ik goedgemutst toen ik haar passeerde. “Ja, heel fijn”, zei ze, om daaraan direct toe te voegen: ”En maar mopperen!” Niet-begrijpend keek ik haar aan. “Eh, ik mopper niet, hoor…” “Nee, maar al die andere mensen dan, die altijd maar mopperen: dat de Randstad zo vol is, dat het Groene hart zo wordt volgebouwd, altijd dat gemopper. Terwijl: moet je nou kijken hoe mooi!”

Ik liep door en moest een beetje lachen. Grappig, hoe gelaagd ons gemopper kan zijn. Dan lopen we heerlijk buiten, kunnen we genieten van DIT moment en alles wat er is, en dan gaan we nog lopen mopperen over al die – denkbeeldige – anderen die altijd zo mopperen. Ik draaide me nog even om naar haar en stelde voor: “Laten wij dan in ieder geval niet mopperen!” Ze knikte kort; het scheen me toe dat ze het een redelijk voorstel vond.

Het was een heerlijke dag; de ganzen vlogen gakkend over ons hoofd, om vervolgens vrolijk neer te strijken in de weilanden iets verderop. De hond huppelde en de zon leek al iets aan kracht te winnen.

Recente blogposts

Alles weergeven

Moeilijk lopend kwam hij binnen, bleek, met bloed op zijn overhemd, met een pleister op zijn gezicht. Wat ouder, wat trillerig en timide. De receptioniste van de kliniek voor kaakchirurgie had er wein

Hij zit met zijn hoofd in zijn handen en verzucht dat hij gék wordt van al die gedachten. Het piekeren, het malen, het tobben over de toekomst, het terugkijken naar het verleden - hoe krijgt hij ooit

De journalist in mij was weer helemaal ontwaakt toen ik een vlammend opiniestuk in NRC Handelsblad mocht schrijven, afgelopen december. In mijn artikel besprak (en betreurde) ik hoe akelig veel orga